Vrijheid van meningsuiting geldt juist als het schuurt
Wat zijn we ongelooflijk diep gezonken in Nederland. De rel rond Ongehoord Nederland gaat inmiddels allang niet meer alleen over een controversieel fragment of over de vraag of iemand iets verstandigs of iets walgelijks heeft gezegd. Inmiddels ligt er serieus op tafel dat ON zijn erkenning kan verliezen en daarmee uit het publieke omroepbestel kan verdwijnen. En dát vind ik misschien nog wel veel zorgwekkender dan de oorspronkelijke uitzending zelf.
De aanleiding voor de nieuwste ophef is inmiddels bekend. In een online-uitzending van Ongehoord Nederland werd een historisch fragment van Adolf Hitler besproken. Daarbij werd gezegd dat Hitler op bepaalde punten, onder andere in zijn kritiek op globalisme, volgens de aanwezigen een punt had. Vervolgens lijkt bij een groot deel van Nederland iedere vorm van nuance direct te verdwijnen zodra de naam Hitler valt.
Laat ik daarom meteen duidelijk zijn: nee, ik keur Hitler niet goed. Nee, ik keur het nazisme niet goed. Nee, ik keur de Holocaust en de verschrikkelijke misdaden van dat regime niet goed. Dat zou eigenlijk totaal overbodig moeten zijn om erbij te zeggen, maar blijkbaar zijn we tegenwoordig op het niveau beland waarop iedere historische nuance onmiddellijk wordt uitgelegd als steun aan een compleet gedachtegoed.
Want zeggen dat Hitler op één specifiek punt gelijk had, betekent natuurlijk niet dat je daarmee alles onderschrijft wat die man ooit heeft gezegd en gedaan. Een verschrikkelijk mens kan nog steeds een juiste constatering doen. Een dictator kan ergens een feit benoemen dat klopt. Dat verandert helemaal niets aan zijn misdaden of aan de afschuwelijke ideologie die hij vertegenwoordigde.
Misschien zouden sommige mensen daarom eens wat vaker een geschiedenisboek moeten openslaan in plaats van alleen maar hysterisch te reageren zodra ze een bepaalde naam horen. Geschiedenis is namelijk niet zwart-wit. Ook onder verschrikkelijke regimes worden wegen aangelegd, technieken ontwikkeld, organisaties opgebouwd, economische maatregelen genomen en maatschappelijke veranderingen doorgevoerd waarvan onderdelen later blijven bestaan of verder worden ontwikkeld. Dat erkennen betekent niet dat je daarmee het regime verheerlijkt. Het betekent simpelweg dat je geschiedenis serieus genoeg neemt om verder te kijken dan alleen “goed persoon” en “slecht persoon”.
Dat is precies wat ik bedoel wanneer ik zeg dat ook een man als Hitler dingen kan hebben gedaan of gezegd die op zichzelf niet automatisch fout waren, terwijl hij tegelijkertijd verantwoordelijk was voor afschuwelijke misdaden. Die twee dingen kunnen naast elkaar bestaan. Het erkennen van één feit of één ontwikkeling betekent niet dat je daarmee de rest goedpraat. Juist dat onderscheid zou je van mensen mogen verwachten die beweren geschiedenis belangrijk te vinden.
En precies daar lijkt het tegenwoordig mis te gaan. Alles moet zwart of wit zijn, goed of fout, voor of tegen. Zodra iemand zegt: “Op dit ene punt had hij misschien gelijk”, wordt daar onmiddellijk van gemaakt: “Dus jij steunt Hitler.” Dat is geen serieus debat meer. Dat is weigeren om überhaupt nog naar de inhoud van een uitspraak te kijken.
Maar waar het verhaal rond Ongehoord Nederland voor mij pas echt verontrustend wordt, is wat daarna gebeurt. Het Commissariaat voor de Media heeft aangegeven dat de minister de voorlopige erkenning van ON kan intrekken. Daarmee hebben we het dus niet meer alleen over publieke verontwaardiging, boze reacties op sociale media of mensen die een uitzending smakeloos vinden. We hebben het over de mogelijkheid dat een bewindspersoon uiteindelijk beslist dat een publieke omroep uit het publieke bestel verdwijnt.
En dat vind ik werkelijk zeer zorgwekkend. Een publieke omroep zijn erkenning afpakken is niet hetzelfde als een presentator aanspreken, een uitzending bekritiseren of een journalistieke fout corrigeren. Het is het zwaarste middel dat je kunt inzetten. Daarmee verdwijnt een complete omroep uit het bestel en daarmee ook het geluid dat die omroep vertegenwoordigt.
Ja, er wordt gezegd dat er meer speelt dan alleen dit ene fragment en dat er al langer kritiek bestaat op journalistieke normen en de bedrijfsvoering binnen ON. Dat mag benoemd worden. Maar juist deze uitzending wordt nu als een belangrijk kantelpunt gezien en daarmee is het onmogelijk om te doen alsof de inhoud van deze controversiële uitzending geen rol speelt in de discussie over het voortbestaan van de omroep.
Daar komt nog bij dat ON na de uitzending zelf heeft ingegrepen. De video is verwijderd en er zijn intern consequenties getrokken. Je kunt dus moeilijk volhouden dat de omroep iedere kritiek simpelweg naast zich neerlegt. Toch praten we nu alsnog over het mogelijk afpakken van de erkenning. En juist daar begint het bij mij enorm te wringen.
Een paar jaar geleden speelde namelijk al een vergelijkbare discussie over Ongehoord Nederland. Ook toen werd gesproken over het uit het bestel zetten van de omroep. Destijds werd uiteindelijk geconcludeerd dat intrekking zo'n vergaande maatregel is dat daar een zeer stevige juridische basis voor nodig is. Dat vond ik toen verstandig en dat vind ik nu nog steeds.
De overheid moet extreem voorzichtig zijn wanneer zij uiteindelijk beslist welke journalistieke en maatschappelijke stemmen nog onderdeel mogen zijn van het publieke bestel. Niet omdat ON boven de wet zou staan. Niet omdat ON alles zou mogen zeggen of doen zonder enige consequentie. En ook niet omdat journalistieke normen onbelangrijk zouden zijn. Maar omdat hier iets fundamenteels op het spel staat: de vraag hoeveel politieke invloed er uiteindelijk mag bestaan op welke geluiden nog binnen de publieke omroep mogen worden gehoord.
ON is juist ontstaan omdat een deel van Nederland zich onvoldoende vertegenwoordigd voelde door de bestaande publieke omroepen. Je kunt dat publiek leuk vinden of niet. Je kunt hun politieke voorkeuren delen of verafschuwen. Maar die mensen bestaan wel en zij betalen net zo goed mee aan het publieke bestel. Dan kun je niet tegelijkertijd roepen dat de publieke omroep pluriform moet zijn en vervolgens een afwijkend geluid eruit gooien zodra het werkelijk begint te schuren.
Want wat betekent pluriformiteit dan nog? Dat iedereen welkom is zolang men zich ongeveer binnen dezelfde politieke en maatschappelijke grenzen beweegt? Dat verschillende meningen mogen bestaan, zolang ze niet té verschillend worden? Dat is geen echte pluriformiteit. Dat is een gecontroleerde bandbreedte waarbinnen je vrij mag denken.
Vrijheid van meningsuiting blijkt hier steeds vaker alleen te gelden zolang je precies de juiste mening hebt. Zolang je braaf binnen het politiek gewenste kader blijft, is alles prima. Maar wijk je af, stel je ongemakkelijke vragen of zeg je iets wat de gevestigde orde niet bevalt, dan begint onmiddellijk het gejank over grenzen, fatsoen, desinformatie, polarisatie en ingrijpen.
Ik hoef Joost Niemöller, Raisa Blommestijn of wie dan ook bij ON helemaal niet op ieder onderwerp gelijk te geven. Dat is totaal niet mijn punt. Er zullen genoeg uitspraken zijn waar ik het zelf niet mee eens ben. Maar dát is juist waarom vrijheid van meningsuiting zo belangrijk is.
Vrijheid van meningsuiting heeft namelijk weinig betekenis wanneer ze alleen wordt toegepast op uitspraken waarmee iedereen het eens is. Brave, veilige en populaire meningen hebben nauwelijks bescherming nodig. De echte test komt wanneer iemand iets zegt waarvan jij denkt: wat een afschuwelijke onzin. Dan moet je bepalen of je werkelijk voor vrijheid van meningsuiting bent, of alleen voor vrijheid van meningsuiting zolang iemand ongeveer hetzelfde denkt als jij.
Wat mij daarnaast enorm tegenstaat, is de dubbele maat. FvD'ers, ongevaccineerden, coronacritici en andere groepen die buiten de dominante maatschappelijke consensus vielen, konden jarenlang op televisie worden bespot, verdacht gemaakt en behandeld alsof hun mening nauwelijks serieus genomen hoefde te worden. Mensen werden weggezet, uitgelachen en soms haast neergezet als een maatschappelijk probleem. Dat heette dan journalistiek, duiding of kritische verslaggeving.
Maar zodra vanuit de andere politieke hoek provocerende of harde uitspraken worden gedaan, lijkt ineens een compleet ander stel regels te gelden. Dan is er plotseling sprake van gevaar, polarisatie en de vraag of bestuurlijk moet worden ingegrepen. Van die dubbele maat word ik werkelijk kotsmisselijk.
Daarmee zeg ik niet dat ON nooit fouten maakt. Natuurlijk maakt ON fouten. Iedere omroep maakt fouten. Journalisten maken fouten, presentatoren gaan soms te ver en redacties maken verkeerde afwegingen. Daarvoor bestaan journalistieke codes, rectificaties, toezichthouders, sancties en publieke kritiek. Maar het uit het bestel zetten van een complete omroep is van een totaal andere orde en zou werkelijk het allerlaatste middel moeten zijn.
Want vandaag gaat het om Ongehoord Nederland. Een omroep die door veel mensen politiek wordt verafschuwd en daardoor gemakkelijk is om niet te verdedigen. Maar regels, bevoegdheden en precedenten die vandaag tegen jouw politieke tegenstander worden gebruikt, kunnen morgen net zo gemakkelijk tegen jouw eigen kant worden ingezet. Dat vergeten mensen vaak totdat ze zelf aan de beurt zijn.
Vrijheid verdwijnt namelijk zelden van de ene op de andere dag. Er komt meestal geen minister naar buiten die zegt: “Vanaf vandaag schaffen we de vrijheid van meningsuiting af.” Zo werkt het niet. Vrijheid verdwijnt langzaam. Eerst wordt een uitspraak maatschappelijk onacceptabel verklaard. Daarna een spreker. Daarna een platform. Uiteindelijk wordt er een juridische of bestuurlijke reden gevonden waarom zo'n platform misschien beter kan verdwijnen.
Iedere individuele stap kan vervolgens netjes worden uitgelegd en juridisch worden onderbouwd. Maar pas wanneer je jaren later achterom kijkt, zie je hoeveel ruimte voor afwijkende geluiden er ondertussen verdwenen is.
Daarom vind ik dat Ongehoord Nederland niet met hangende pootjes moet terugkrabbelen en vooral niet moet veranderen in de zoveelste omroep die eerst kijkt of een mening in Hilversum of Den Haag wel acceptabel genoeg wordt gevonden voordat die wordt uitgesproken. Geef context, leg journalistieke keuzes uit, erken fouten wanneer die worden gemaakt, laat tegenstanders reageren en voer desnoods een keihard debat. Maar blijf een afwijkend geluid vertegenwoordigen.
En misschien moeten we daarom de vraag eens omdraaien. Niet: vinden wij de mening van ON prettig? Niet: zijn wij het eens met dat Hitler-fragment? Niet: vinden wij de mensen bij ON sympathiek? De veel belangrijkere vraag is of wij werkelijk willen dat een minister uiteindelijk kan bepalen dat een omroep met een duidelijk afwijkend politiek en maatschappelijk geluid uit het publieke bestel verdwijnt.
Ik vind dat een angstaanjagend precedent. Een publieke omroep hoort geen verzameling zenders te zijn waar iedereen uiteindelijk hetzelfde verhaal vertelt met een ander logo erboven. Een publiek bestel hoort juist te botsen. Links tegenover rechts, progressief tegenover conservatief, voorstanders tegenover tegenstanders. Mensen die elkaar soms totaal niet kunnen uitstaan, maar die wel allemaal ruimte krijgen.
Dát is pluriformiteit. Als afwijkende stemmen één voor één verdwijnen en uiteindelijk alleen het maatschappelijk en politiek gewenste geluid overblijft, moeten bestuurders vervolgens ook niet verbaasd zijn wanneer steeds meer burgers het woord “staatsomroep” gaan gebruiken.
En misschien moeten sommige mensen inderdaad weer eens geschiedenisles krijgen. Niet om Hitler goed te praten, maar juist om te leren dat geschiedenis draait om context, analyse en het vermogen om meerdere feiten tegelijkertijd te erkennen. Hitler kon verantwoordelijk zijn voor onvoorstelbare misdaden en tegelijkertijd ergens een feitelijk juiste constatering doen. Een regime kan verwerpelijk zijn en tegelijkertijd ontwikkelingen hebben voortgebracht waarvan latere generaties onderdelen hebben overgenomen.
Een uitspraak erkennen is niet hetzelfde als een ideologie onderschrijven. Een historisch feit benoemen is niet hetzelfde als een dictator verheerlijken. Een mening toestaan is niet hetzelfde als ermee instemmen. En een omroep verdedigen tegen politieke uitsluiting betekent niet dat je iedere uitspraak van die omroep verdedigt.
Dat onderscheid zou in een volwassen democratie de normaalste zaak van de wereld moeten zijn. Vrijheid van meningsuiting is er niet voor brave, veilige en populaire meningen. Die vrijheid is er juist voor de mening waar jij een bloedhekel aan hebt.